Mop 926
Tijdens de hongerwinter zitten twee Nederlanders langs de kant van de rivier. Plotseling komt het lijk van een dikke Duitse soldaat voorbij drijven. De twee mannen vissen de Duitser uit het water, en ze snijden de maag van de soldaat open. De maag blijkt gevuld met zuurkool met worst. De ene Nederlander begint de maaginhoud op te peuzelen, maar de ander zegt er geen trek in te hebben. Enige tijd later kotst de man de zuurkool met worst weer uit. Meteen begint de andere man het op te eten. "Ik dacht dat je geen zuurkool met worst lustte?" zegt de ene man. "Nee," zegt de ander, "koud hoef ik het niet, maar opgewarmd lust ik het wel!"
ID: 967
Mop 927
Een vrek liet zich overhalen door een vriend om twee loten te kopen van de
staatsloterij. Hij won de hoofdprijs, maar leek daar niet vrolijk van te
worden.<br>
"Wat mankeert je?" vroeg de vriend. "Je bent op slag rijk!"<br>
"Dat weet ik ook wel", zei de vrek. "Maar waarom moest ik zo nodig twee
loten kopen?"
ID: 181
Mop 928
Kleine Bennie zit in de slaapkamerkast van zijn ouders met zijn pluchen
beer te spelen. Zijn moeder komt met een vreemde man de slaapkamer binnen,
ook om te spelen. Onverwachts komt Bennie's vader thuis, de vreemde man
wordt halsoverkop in de kast verstopt.<br>
Bennie fluistert: "Ik heb een pluchen beer en als je hem niet voor tien
gulden van me koopt, ga ik huilen." De man betaalt en een paar minuten
later zegt Bennie: "Geef mijn beer terug, of ik ga huilen."<br>
De beer verwisselt opnieuw van eigenaar. Even later begint Bennie van voren
af aan: "Ik heb een pluche beer en als je hem niet voor tien gulden
van me koopt, ga ik huilen."<br>
Het spel herhaalt zich. Geruime tijd later is de kust vrij, de vreemde man
verlaat de kast, 120 gulden armer en zonder beer. De volgende dag vertelt
Bennie zijn moeder wat zich in de kast afgespeeld heeft.
Zijn moeder stuurt Bennie onmiddellijk ter biecht. In de biechtstoel steekt
Bennie van wal: "Ik heb een pluchen beer... "<br>
Van achter het gordijn: "Grote God! Begin je nu alweer!!!"
ID: 147
Mop 929
Een winkelier vroeg aan een collega: "Heb jij succes met adverteren?"
"Reken maar", kreeg hij te horen. "Vorige week nog. Toen zetten we een
advertentie in de krant voor een baan als nachtwaker.
De nacht daarop werd onze zaak leeggehaald."
ID: 146
Mop 930
Ik kom laatst een vriend van me tegen bij het Tropenmuseum. Dus ik zeg:
"Ha, Kees, hoe is het ermee?" En Kees zegt: "Niet -klok- zo -klok- best. Ik
-klok- heb - klok- een -klok- klok -klok- in -klok- mijn -klok- keel."
Ik zeg: "Ik hoor 't. Het lijkt wel of ik met een koekoeksklok sta te
praten."
Kees zegt: "Ik -klok- ga -klok- straks -klok- naar -klok- het -klok-
ziekenhuis. Daar -klok- gaan -klok- ze -klok- mijn -klok- hersens -klok-
verhitten. Maar -klok- het -klok- moet -klok- wel -klok- langzaam -klok-
afkoelen, -klok- anders -klok- verlies -klok- ik -klok- een -klok- deel
-klok- van - klok- mijn -klok- verstand."<br>
Ik zeg tegen Kees: "Nou, het beste h?."<br>
Een week later kom ik hem weer tegen. Ik vraag: "En Kees, hoe is het er nou
mee?" Kees zegt: "Weer -fuut- niet -fuut- zo -fuut- goed. Nou -fuut- heb
-fuut- ik -fuut- weer -fuut- een -fuut- fluitje -fuut- een -fuut- mijn
-fuut- keel." Ik zeg: "Ik hoor het. Het lijkt wel of ik met een kanarie sta
te praten." Kees zegt: "Ik -fuut- moet -fuut- weer -fuut- naar -fuut- het
-fuut- ziekenhuis. Daar -fuut- laat -fuut- ik -fuut- mijn -fuut- hersens
-fuut- bevriezen. Maar -fuut- het -fuut- moet -fuut- wel -fuut- langzaam
-fuut- ontdooien, anders - fuut- raak -fuut- ik -fuut- een -fuut- deel
-fuut- van -fuut- mijn -fuut- verstand -fuut- kwijt."<br>
Ik zeg: "Kees, het beste." Na een week kom ik Kees weer tegen. Ik vraag:
"Alles weer goed? Fluitje weg?"<Br>
Kees zegt: "Helemaal -klok- weer -klok- de -klok- oude."
ID: 127